Algemene instellingen

Binnen Algemene instellingen beheert u verschillende onderdelen die invloed hebben op de werking van Cubus, zoals e-mailinstellingen, sjablonen, documenttypes en overige systeeminstellingen. Ga naar:

Cubus > Beheer > Algemene instellingen

E-mail instellingen

Hier stelt u e-mailaccounts in die gebruikt worden voor het verzenden van e-mails vanuit Cubus, zoals offertes en facturen. Meer informatie hierover vindt u op de pagina Email vanuit Cubus.

E-mail log

In dit overzicht vindt u alle verzonden e-mails en kunt u controleren of deze succesvol zijn verstuurd. alt text

Sjablonen

Hier beheert u sjablonen voor documenten en e-mails die binnen Cubus worden gebruikt. Meer informatie hierover vindt u op de pagina Sjablonen.

Tekstblokken

Tekstblokken zijn herbruikbare stukken tekst die u kunt invoegen in documenten en communicatie. U kunt een nieuw tekstblok aanmaken door rechtsboven op de + knop te klikken. Vervolgens vult u in de popup de benodigde gegevens in.

alt text

Keuzeteksten

Keuzeteksten zijn standaardteksten die u eenvoudig kunt selecteren en aanpassen per situatie. U kunt deze teksten onder andere gebruiken bij offertes en orders. Binnen dit overzicht kunt u een nieuwe keuzetekst aanmaken. U maakt een nieuwe tekst aan door rechtsboven op de + knop te klikken. De volgende popup wordt dan geopend: alt text

Hier vult u de naam en type in van de keuze tekst. Ook kunt u hier de werkelijke tekst invullen.

Logistiek status

Hier definieert u statussen die gebruikt worden binnen logistieke processen. U maakt een nieuwe status aan door rechtsboven op de + knop te klikken. Vervolgens opent de volgende popup die u kunt invullen.

alt text

  1. Organisatie: De organisatie waarvoor deze status geldt
  2. Volgorde: Bepaalt de volgorde waarin de status wordt weergegeven in overzichten
  3. Status: De naam van de logistieke status
  4. Afkorting: Een korte aanduiding van de status voor gebruik in overzichten
  5. Laat zien in tabblad nummer: Geeft aan in welk tabblad deze status zichtbaar is
  6. Is default status voor nieuwe order: Bepaalt of deze status automatisch wordt toegepast bij nieuwe orders
  7. Gebruik in capaciteitsplanning: Geeft aan of deze status wordt meegenomen in de capaciteitsplanning
  8. Is gereed voor productie: Geeft aan of orders met deze status klaar zijn voor productie
  9. Is default status voor nieuwe order: Alternatieve standaardstatus (indien van toepassing binnen het proces) 10. Planning volgorde: Bepaalt de volgorde binnen de planning 11. Actie(s) uitvoeren na update: Hier kunt u acties koppelen die automatisch worden uitgevoerd wanneer de status wordt gewijzigd

Productie status

Hier definieert u de statussen voor productieprocessen en voortgang. U maakt een nieuwe productie status aan door rechtsboven op de + knop te klikken.

alt text

  1. Organisatie: De organisatie waarvoor deze status geldt
  2. Volgorde: Bepaalt de volgorde waarin de status wordt weergegeven in overzichten
  3. Status: De naam van de productiestatus
  4. Afkorting: Een korte aanduiding van de status voor gebruik in overzichten
  5. Laat zien in tabblad nummer: Geeft aan in welk tabblad deze status zichtbaar is
  6. Is default status voor nieuwe order: Bepaalt of deze status automatisch wordt toegepast bij nieuwe orders
  7. Gebruik in capaciteitsplanning: Geeft aan of deze status wordt meegenomen in de capaciteitsplanning
  8. Is gereed voor productie: Geeft aan of orders met deze status klaar zijn voor productie
  9. Planning volgorde: Bepaalt de volgorde binnen de planning 10. Actie(s) uitvoeren na update: Hier kunt u acties koppelen die automatisch worden uitgevoerd wanneer de status wordt gewijzigd

Methodes

Hier stelt u verschillende methodes en werkwijzen in die binnen Cubus gebruikt worden. Rechtsboven vindt u de + knop waarmee u een nieuwe methode aanmaakt.

alt text

  1. Organisatie: De organisatie waarvoor deze methode geldt
  2. Volgorde: Bepaalt de volgorde waarin de methode wordt weergegeven
  3. Naam: De naam van de methode
  4. Afkorting: Een korte aanduiding van de methode
  5. Productgroep: De productgroep waaraan deze methode gekoppeld is
  6. Producten: Hier kunt u producten koppelen die gebruik maken van deze methode
  7. Productie status: De status die gekoppeld wordt aan deze methode binnen het productieproces
  8. Doorlooptijd (in dagen): De verwachte doorlooptijd van deze methode
  9. Toon op order invoer: Geeft aan of deze methode zichtbaar is bij het invoeren van een order

Tabbladen

Inrichting van tabbladen.

Document hoofdtype

In Cubus kunt u document hoofdtypes aanmaken. Dat doet u via het tabblad Document hoofdtypes. Door rechtsboven op de + knop te klikken, maakt u een nieuw type aan. Voor het gebruik van document (hoofd) types kunt u meer lezen op de pagina Sjablonen

alt text

  1. Organisatie: De organisatie waarvoor dit hoofdtype geldt
  2. Volgorde: Bepaalt de volgorde waarin het hoofdtype wordt weergegeven
  3. Naam: De naam van het hoofdtype.

Documenttype

Binnen Cubus kunt u specifieke documenttypes gebruiken, zoals offertes en facturen. Deze kunt u beheren en aanmaken in het tabblad Documenttypes. Door rechtsboven op de + knop te klikken, maakt u een nieuw type aan.

alt text

  1. Organisatie: De organisatie waarvoor dit documenttype geldt
  2. Hoofdtype: Het overkoepelende documenttype (bijvoorbeeld offerte, factuur of order)
  3. Volgorde: Bepaalt de volgorde waarin het documenttype wordt weergegeven
  4. Naam: De naam van het documenttype
  5. Bij uploaden naam aanpassen: Geeft aan of de naam van het document automatisch wordt aangepast bij uploaden
  6. Upload via portal: Bepaalt of documenten via het portaal geüpload mogen worden
  7. Tonen in portal: Geeft aan of dit documenttype zichtbaar is in het portaal
  8. Nummer: Het unieke nummer van het documenttype
  9. Rollen: Hier bepaalt u welke gebruikersrollen toegang hebben tot dit documenttype. Als er geen rollen zijn geselecteerd, heeft iedereen toegang

Documentinformatie

Beheer van aanvullende velden en informatie die aan documenten gekoppeld zijn. Rechtsboven vindt u de + knop. Als u hierop klikt maakt u een nieuw document informatie veld aan.

alt text

Extra informatie

Hier kunt u extra informatievelden definiëren voor gebruik binnen verschillende onderdelen. Door op de + knop rechtsboven te klikken, maakt u een nieuw informatie veld aan. De volgende popup verschijnt waar u deze kunt inrichten.

alt text

  1. Naam: De naam van het extra informatieveld
  2. Volgorde: Bepaalt de volgorde waarin het veld wordt weergegeven
  3. Extra informatie type: Geeft aan wat voor soort extra informatie wordt toegevoegd. U kunt kiezen uit:
    • Waarde
      • Vaste waardes
      • Wachtwoord gegevens
  4. Waarde type: Bepaalt het type invoer. U kunt kiezen uit:
    • Tekst
      • Heel getal
      • Getal met komma
      • Waar of onwaar
  5. Toepassing: Geeft aan bij welke onderdelen dit veld beschikbaar is, zoals:
    • Relaties
    • Contacten
    • Producten
    • Orders
    • Inkooporders
    • Contracten

Regio’s

Beheer van regio-indelingen die gebruikt kunnen worden voor relaties of projecten.

alt text

Eenheden

Instellen van meeteenheden, zoals uren, stuks of andere eenheden.

alt text